Informatie voor de verwijzer



Diagnose
Van een PTSS is sprake bij een trauma gevolgd door een voortdurende herbeleving van de traumatische gebeurtenis en/of aanhoudende verdringing van de gebeurtenis en aanhoudende symptomen van verhoogde prikkelbaarheid die vóór de gebeurtenis niet aanwezig waren. De symptomen duren langer dan een maand en ze belemmeren het functioneren.

Bij kinderen kan PTSS zich uiten in problemen op school, stilletjes of juist extra prikkelbaar zijn, lichamelijke klachten als buikpijn of hoofdpijn en nachtmerries.

 

Combinaties met andere aandoeningen (comorbiditeit)

Veel mensen met PTSS hebben ook andere psychische aandoeningen of hebben die in het verleden gehad. Veelvoorkomende combinaties zijn er met een depressie, angststoornissen, gedragsstoornissen en alcoholverslaving. Ook lichamelijke aandoeningen kunnen zowel (mede)oorzaak zijn, zoals bij levensbedreigende ziekten of een ingrijpende behandeling, als gevolg. Lichamelijke aandoeningen die vaker samengaan met PTSS zijn maagzweer, hypertensie, artritis, bronchitis, migraine en gynaecologische klachten bij vrouwen.

 

Medicijnen

Medicijnen kunnen de therapie ondersteunen. Ze maken het verwerkingsproces draaglijker, maar kunnen het niet vervangen. Het meest worden antidepressiva gebruikt, zoals fluvoxamine, paroxetine, clomipramine of imipramine. Een eventueel bijkomende depressie kan hiermee bestreden worden. Omdat antidepressiva pas na een week of 6 goed beginnen te werken, kunnen tot die tijd eventueel ook kalmeringsmiddelen worden gebruikt (benzodiazepines, zoals diazepam of oxazepam) om hevige angstaanvallen te verminderen. Het gebruik hiervan dient echter te worden beperkt tot 2 weken, vanwege de verslavende werking.