Informatie voor verwijzers

Diagnose
Vaak vallen de eerste verschijnselen niet erg op, mensen moeten eerst meerdere perioden hebben doorgemaakt om er de diagnose van manisch-depressief syndroom aan te kunnen verbinden. Bovendien zoeken mensen met deze aandoening alleen hulp wanneer ze depressief zijn. In de manische episode voelen ze zich immers prima en willen ze van geen hulp weten.
Er zijn meer psychische aandoeningen met sterke stemmingswisselingen, zoals schizofrenie en borderline. En in manische episoden kan iemands gedrag ook sterk doen denken aan ADHD. Belangrijk voor het stellen van de diagnose is dat de aandoening over een langere periode wordt beoordeeld: juist de stemmingswisselingen, vaak zonder aanwijsbare aanleiding, zijn tekenend voor een manisch-depressieve stoornis.
Combinaties met andere aandoeningen (comorbiditeit)
Mensen met een manisch-depressieve stoornis kunnen ook last hebben van andere psychische aandoeningen. Zo heeft tweevijfde van hen ook een sociale fobie. Sommige mensen hebben een paniekstoornis of angststoornis. Een aantal mensen is afhankelijk van alcohol of drugs. Dat kan ook komen doordat iemand tijdens een depressieve periode alcohol gebruikt als 'zelfmedicatie' en dan te veel gaat drinken, terwijl hij tijdens een manie te veel alcohol gebruikt omdat hij de controle over zichzelf kwijt is.
Medicijnen
Bij ongeveer 70% van de mensen heeft behandeling met medicijnen effect. De medicijnen moeten voor lange tijd worden geslikt. Stoppen betekent veelal een grote kans op een nieuwe manische of depressieve periode. Gebruik uw medicijnen dus regelmatig en stop nooit zonder eerst met uw behandelaar te hebben overlegd.
Het meest gebruikte medicijn is lithium. Het zorgt voor een stabielere stemming en helpt een nieuwe episode te voorkomen. Bij dit medicijn is het erg belangrijk de exacte effectieve dosis te vinden. Dat kost enige tijd. Er is regelmatig bloedcontrole nodig om te kijken wat de werkzame hoeveelheid lithium in het bloed is. Andere medicijnen die gebruikt kunnen worden zijn carbamazepine en valproaat.
Tijdens een manische periode kan de behandelaar zogenaamde antipsychotica ofwel neuroleptica voorschrijven. Deze middelen verminderen verschijnselen zoals grootheidswanen en werken kalmerend, waardoor de gebruiker rustiger wordt, beter slaapt en beter te begrijpen is.
In een depressieve periode kan de behandelaar een antidepressivum voorschrijven om de depressieve gevoelens te bestrijden. Dit gebeurt echter met enige terughoudendheid, omdat antidepressiva een manie kunnen opwekken.
Soms worden tijdelijk kalmerings- of slaapmiddelen voorgeschreven. Deze middelen werken direct en kunnen een aantal symptomen van de manisch-depressieve aandoening verminderen, zoals slapeloosheid, angst, spanning en onrust. Tijdens de manische periode versterkt slaapgebrek de manie. Een slaapmiddel kan de manie remmen. Meestal worden slaapmiddelen niet langer dan enkele weken gebruikt.
Sitemap
Op zoek naar informatie?
Beroepsopleidingen
Werken bij Mentrum
Organisatie en partners
Nieuws
Zorg bij Mentrum
Geestelijke verzorging
Meedoen aan onderzoek
Cliëntenraad
Naastbetrokkenenraad
Familievertrouwenspersoon
Familie en vrienden
Suggesties en klachten
Patiëntenvertrouwenspersoon (pvp)
Algemene Voorwaarden
ZorgZwaartePakketten
Folders
Verwijzen naar Mentrum
O&A-programma
Preventie
Suggesties en klachten
Zorgaanbod
Zorg Service Centrum
Volwassenen en Ouderen
Familie en Mantelzorg
Migranten
Verwijzers en Tussenpersonen
Psychiatrie en Samenleving
Zelfhulpcursussen
Nieuws en bijeenkomsten
Cursusdata en Cursusoverzicht
Folders
Contact preventie en voorlichting




