Oorzaken van een dissociatieve identiteitsstoornis



Meer dan 90% van de mensen met DIS heeft een geschiedenis van ernstig fysiek en seksueel geweld dat op zeer vroege leeftijd is begonnen. Met name wanneer het kind zijn of haar verhaal niet kwijt kan - en dat is in de meeste gevallen van seksueel misbruik zo - vormt het gefantaseerde vriendje een mogelijkheid om in de geest te ontsnappen aan angstige situaties. Als dit lang aanhoudt, kan de scheiding tussen fantasie en werkelijkheid langzaam vervagen en gaat het kind dit vriendje als deel van zichzelf beschouwen. Het kind stelt zich voor dat deze andere persoonlijkheid in zijn of haar plaats het geweld ondergaat, omdat hij of zij er zelf niet tegen opgewassen is. Zo ontwikkelt iemand geleidelijk één of meer afzonderlijke persoonlijkheden. De mate waarin de aandoening aanwezig is, hangt onder meer af van de ernst en de duur van het misbruik. Ook andere ingrijpende gebeurtenissen kunnen DIS veroorzaken, zoals een groot verlies (bijvoorbeeld beide ouders) of hevige stress. Tot slot lijkt een zekere aanleg, dus erfelijkheid, een rol te spelen om  DIS te ontwikkelen.