Tips voor de omgeving



  • Spreek rustig en in korte, duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen die met 'ja' of 'nee' beantwoord kunnen worden.Vertel steeds wie u bent, waarom u komt, waarom u bij iemand blijft en herhaal dit indien nodig.Zorg dat iemand zijn bril, horloge en eventueel hoorapparaat draagt, om hem zoveel mogelijk bij de realiteit te kunnen betrekken.
  • Laat iemand zo min mogelijk alleen; zeker als hij angstig is.
  • Plaats een klok en een kalender binnen iemands gezichtsveld.
  • Praat over bestaande personen en gebeurtenissen. Probeer niet te veel in te gaan op de beelden die iemand ziet (maar er in werkelijkheid niet zijn). Toon wel begrip voor de angst die deze beelden kunnen oproepen.
  • Als degene met het delier een helder moment heeft, vertel hem dan dat hij lichamelijk ziek is en daardoor angstig en in de war. Leg uit dat dit tijdelijk is en overgaat.
  • Zorg 's nachts voor gedempt licht in de slaapkamer.
  • Geef als de periode van delier voorbij is, de cliënt nogmaals uitleg over het delier.