Hoe herken ik autisme en aanverwante stoornissen?



Aan het uiterlijk van autistische kinderen en volwassenen is meestal niets bijzonders te zien, maar ze kunnen zich grillig gedragen: het ene moment rustig en beleefd en het andere moment heel woest. Autisme kun je herkennen aan de hand van drie soorten beperkingen.

  • Sociale beperkingen:
    • gebrekkig non-verbaal gedrag, zoals geen oogcontact;
    • moeite om relaties op te bouwen met leeftijdsgenoten;
    • moeite om spontaan met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen;
    • geen of weinig emoties tonen en niet openstaan voor anderen, geen inlevingsvermogen.
  • Beperkte patronen die zich voortdurend herhalen:
    • overdreven belangstelling voor een heel beperkt aantal voorwerpen of onderwerpen;
    • vastzitten aan gewoontes of rituelen, zoals een vaste volgorde bij het aankleden of een vaste route door de supermarkt. Als de regelmaat plotseling doorbroken wordt, kan iemand een enorme huil- of driftbui krijgen;
    • vaste bewegingen die zich constant herhalen. Soms is dat een vrij onschuldige 'tic', maar iemand kan ook ongecontroleerd met het hoofd tegen een muur of op tafel bonken of de armen als vleugels op en neer bewegen.
  • Communicatieproblemen:
    • achterstand in de taalontwikkeling. Sommige autisten spreken helemaal niet;
    • als een autist wel kan spreken, heeft hij moeite om een gesprek te beginnen of te onderhouden. Of hij praat juist onafgebroken, zonder samenhang en zonder naar een ander te luisteren;
    • herhaald of eigenaardig woordgebruik;
    • een autistisch kind speelt geen 'doen alsof'-spelletjes of 'nadoen'-spelletjes die bij zijn leeftijd passen.

Andere contactstoornissen lijken wel op autisme, maar zijn het niet. Iemand met de Stoornis van Asperger heeft niet de genoemde taalbeperkingen, maar wel de sociale beperkingen en de dwangmatige patronen. Bij kinderen met de Desintegratiestoornis van de kinderleeftijd treden de autistische symptomen pas op na een normale ontwikkeling van ten minste twee jaar. Deze aandoening is zeldzaam. Ook de Stoornis van Rett is zeldzaam en wordt pas herkenbaar als een kind vijf normale levensmaanden achter de rug heeft. Deze aandoening komt alleen bij meisjes voor. Tot slot is er nog een contactstoornis die eveneens aan autisme verwant is, maar die net niet valt binnen de diagnoserichtlijnen van autisme of de andere genoemde aandoeningen. Deze restcategorie wordt aangeduid met PDD-NOS.